Provoceren — Nederlandse Engels vertaling3 found

provoceren (v) (uitdagen) defy (v) (uitdagen)
provoceren (v) (uitdagen) challenge (v) (uitdagen)
provoceren (v) (ergeren) provoke (v) (ergeren)
See all Nederlandse Engels translation →

Provoceren — Nederlandse Italiaans vertaling3 found

provoceren (v) (ergeren) sfidare (v) (ergeren)
provoceren (v) (uitdagen) esasperare (v) (uitdagen)
provoceren (v) (uitdagen) sfidare (v) (uitdagen)
See all Nederlandse Italiaans translation →

Provoceren — Nederlandse Frans vertaling3 found

provoceren (v) (uitdagen) pousser à (v) (uitdagen)
provoceren (v) (uitdagen) mettre au défi (v) (uitdagen)
provoceren (v) (ergeren) provoquer (v) (ergeren)
See all Nederlandse Frans translation →

Provoceren — Nederlandse Portugees vertaling3 found

provoceren (v) (uitdagen) desafiar (v) (uitdagen)
provoceren (v) (ergeren) atrever-se (v) (ergeren)
provoceren (v) (uitdagen) provocar (v) (uitdagen)
See all Nederlandse Portugees translation →

Provoceren — Nederlandse Sloveens vertaling3 found

provoceren (v) (uitdagen) egga (v) (uitdagen)
provoceren (v) (uitdagen) utmana (v) (uitdagen)
provoceren (v) (ergeren) egga (v) (ergeren)
See all Nederlandse Sloveens translation →

Provoceren — Nederlandse Spaans vertaling3 found

provoceren (v) (ergeren) retar (v) (ergeren)
provoceren (v) (ergeren) desafiar (v) (ergeren)
provoceren (v) (uitdagen) retar (v) (uitdagen)
See all Nederlandse Spaans translation →