Aanbreken — Nederlandse Duits vertaling1 found

aanbreken (v) (dag) anbrechen (v) (dag)
See all Nederlandse Duits translation →

Aanbreken — Nederlandse Engels vertaling2 found

aanbreken (v) (dag) break (v) (dag)
aanbreken (v) (dag) dawn (v) (dag)
See all Nederlandse Engels translation →

Aanbreken — Nederlandse Italiaans vertaling3 found

aanbreken (v) (dag) cominciare (v) (dag)
aanbreken (v) (dag) spuntare (m) (v) (dag)
aanbreken (v) (dag) albeggiare (v) (dag)
See all Nederlandse Italiaans translation →

Aanbreken — Nederlandse Frans vertaling3 found

aanbreken (v) (dag) se lever (v) (dag)
aanbreken (v) (dag) poindre (v) (dag)
aanbreken (v) (dag) naître (v) (dag)
See all Nederlandse Frans translation →

Aanbreken — Nederlandse Portugees vertaling3 found

aanbreken (v) (dag) clarear (v) (dag)
aanbreken (v) (dag) amanhecer (m) (v) (dag)
aanbreken (v) (dag) alvorar (v) (dag)
See all Nederlandse Portugees translation →

Aanbreken — Nederlandse Sloveens vertaling2 found

aanbreken (v) (dag) dagas (v) (dag)
aanbreken (v) (dag) gry (n) (v) (dag)
See all Nederlandse Sloveens translation →

Aanbreken — Nederlandse Spaans vertaling3 found

aanbreken (v) (dag) despuntar (v) (dag)
aanbreken (v) (dag) alborear (v) (dag)
aanbreken (v) (dag) romper el día (v) (dag)
See all Nederlandse Spaans translation →